Geschiedenis

1969. Op een avond, ergens in een kot in Leuven, zit een handvol studenten rond een keukentafel. Zij zitten gebogen over een partituur. Iemand geeft de toon op. Er wordt gezongen. Zo begint, 48 jaar geleden, de geschiedenis van het Leuvens Universitair Koor. Meer dan een kwarteeuw later is het LUK een begrip geworden, niet alleen in het Leuvense studentenwereldje, maar ook ver daarbuiten. Bovendien heeft het koor zich een benijdenswaardige positie weten te verwerven in het Vlaamse koorleven.

1969-1974

De beginjaren

In de late jaren zestig beweegt er het een en het ander in het Leuvense studentenmilieu. De Vlaamse studenten proberen hun Waalse collega's uit Leuven te verjagen en alom klinkt de roep om meer democratie, inspraak, en nog van dat moois. De studentenleiders staan boven op de barricaden en het Leuvense politieke spectrum is verdeeld in links en nog linkser. Binnen de schoot van het KVHV (Katholiek Vlaams Hoogstudenten Verbond) proberen een aantal studenten ondanks het ongunstige klimaat toch nog wat cultuur te bedrijven. Proberen, want de verschillende werkgroepen komen maar niet van de grond. Dat lot is ook de werkgroep 'Leuvens Universitair Koor' beschoren. De dirigent, Jan Hellinckx, slaagt er niet in zijn schaapjes tot zingen te bewegen. Telkens weer ontaardt de repetitie in politiek gepalaver. Tijdens het academiejaar 1967-1968 komt het koor niet verder dan een drietal repetities. Het jaar daarop wordt een nieuwe poging ondernomen om het koor van de grond te krijgen. Ook deze keer zal het bij een aantal repetities blijven.

Een van de gedupeerden is Sus Herbosch, een geneeskundestudent. Hij maakt tijdens de lessen en de labo's kennis met Piet Geusens. Een alfabetisch toeval heeft er immers voor gezorgd dat beiden in dezelfde reeks terechtkomen. Piet zit, zoals wel meer kinderen van katholieken huize, op kot bij de paters Scheutisten in de Vlamingenstraat. Daar probeert hij, samen met enkele andere enthousiastelingen, in de vrije uren wat muziek te maken. Ook Sus komt er over de vloer en bij gelegenheid wordt er rond de keukentafel een en ander gezongen, onder meer uit de 'Ars Musica'. Stilaan groeit het idee een echt koor op te richten. Het moet toch mogelijk zijn om tussen de Vlaamse studenten een voldoend aantal geinteresseerden te vinden. Een naam voor het nieuwe koor is vlug gevonden : Leuvens Universitair Koor, naar de ter ziele gegane voorganger. Over de dirigent bestaat al evenmin discussie : Piet Geusens.

Het daaropvolgende academiejaar (1969-1970) moet het LUK echt van start. Er wordt een affiche ontworpen om nieuwe leden aan te trekken en om een nijpend tekort aan alten en sopranen op te vangen, worden strooibriefjes uitgedeeld aan het Meisjescentrum. Zo worden een kleine dertig geinteresseerden gevonden, die wekelijks op donderdag hun beste stembandje voorzetten. Al van in het begin krijgt het LUK van de universiteit een lokaal ter beschikking op het gelijkvloers van het Maria-Theresiacollege : Mie Trees 22.

Een koor repeteert echter niet enkel voor zichzelf. In de loop van het academiejaar groeit dan ook de drang om een eerste concert te geven. Waarschijnlijk vond dat concert plaats in de Franciscanenkerk in de Vlamingenstraat ergens in de maand maart 1970. Over het programma kan niemand uitsluitsel geven. Wellicht werden religieuze gezangen afgewisseld met het ietwat stevigere geluid van elektrische gitaren. Het eerste concert waarover wel absolute zekerheid bestaat, vindt plaats op 30 maart 1971 in de Franciskanenkerk in de Vlamingenstraat in Leuven. Op het programma staat de Markuspassion van Ambrosius Beber voor vijfstemmig koor, solisten, blokfluitensemble, hobo, fagot, barokbazuin en continuo.

Tijdens het tweede volledige koorjaar valt er weer een primeur te beleven. Opdat de koorleden elkaar wat beter zouden leren kennen, gaat het LUK op 10 en 11 maart 1972 voor het eerst op weekend te Wielsbeke. Het concept om op weekend te gaan en muziek te maken is toen, zeker in studentenkringen, iets nieuws. Naast repeteren, wandelen, zwemmen en het verzorgen van de plaatselijke eucharistieviering, moeten de koorleden in die tijd zelf instaan voor het transport, het koken en de afwas, die in die tijd voor de alten is voorbehouden. Verslaafd als ze zijn aan de muziek, nemen de koorleden na de repetities hun instrumenten ter hand, en beginnen ijverig te musiceren, soms hele nachten door. Uit deze traditie ontstaat zo een eigen instrumentaal ensemble - onder leiding van Johan Geusens - dat het LUK in zijn beginperiode begeleidt en op concerten voor instrumentale intermezzi zorgt.

Dat jaar geeft het concert twee concerten. Eerst is er een kerstconcert in de, voor de gelegenheid met echte sneeuw versierde, Onze-Lieve-Vrouwekerk te Leuven. Er komt ook een eerste aulaconcert met op het programma vooral werken uit de Ars Musica (Alta Trinita, Psallite, Come Away Sweet Love...) en triosonates van Bach.

Stilaan geraakt het LUK op kruissnelheid. Eind 1972 bestelt het koor maar liefst 60 exemplaren van Ars Musica. De schwung zit er nu duidelijk in : er worden 2 weekends georganiseerd, in Haasrode en Enghien. Het belangrijkste feit van het academiejaar 1972-1973 is echter het emeritaat van een professor van de burgerlijk ingenieurs die met de codenaam 'Richard' wordt aangeduid. Het koor en het instrumentaal ensemble worden gevraagd om de academische zitting op te luisteren waarop, naast de jubilaris, ook rector Piet De Somer en Prof. Gaston Eyskens aanwezig zijn. Meteen krijgt het koor voor het eerst officiele erkenning van de academische overheid.

Het vijfde levensjaar (1973-1974) van het LUK wordt er een van cruciaal belang. De kleine 40 leden krijgen immers niet alleen de intussen gebruikelijke concerten, missen en weekends voorgeschoteld, maar ze zullen ook voor het eerst over de landsgrenzen trekken. Bovendien studeren de stichters van het koor af en moet er naar de toekomst gekeken worden.

Het jaar begint al met een primeur. Voor het eerst brengt het LUK concerten buiten Leuven. Het eerste is een concert tijdens het weekend te Balen-Neet, het tweede wordt een concert in Sint-Jans-Molenbeek. Dat jaar staat er ook nog een dubbelconcert met het meisjeskoor Nausikaa en het slotconcert van Jeugd en Muziek op het programma, in samenwerking met Omroep Brabant. Op het weekend in Tremelo (15-17 februari 1974) wordt er druk geexperimenteerd met het 'Te Deum' van Charpentier. Zo ontstaat een eerste bewerking van Ludo Van den Dries. Later komt daar een versie voor gemengd koor van Herman Caeyers bij. Het is deze bewerking die tot op vandaag standhoudt als slot van elk LUK-concert.

Om het eerste lustrum af te sluiten rijpt een ambitieus plan. Piet wil met zijn koor op reis. De muzieksteden Salzburg en Wenen lijken het meest geschikt. Zo'n reis organiseren is natuurlijk geen eenvoudige zaak, vooral als men bedenkt dat het koor eigenlijk nog steeds geen vast bestuur heeft. Helemaal uit het niets wordt een reis uit de grond gestampt. Het avontuur begint in Salzburg, niet alleen de stad van Mozart, maar ook een tussenhalte op talrijke latere koorreizen. Het koor zal er ondermeer een concert verzorgen in de mooie Franciscanerkirche. Het hoofddoel van de reis is echter Wenen. Vol enthousiasme werkt het koor nog eens 3 concerten af, waaronder het afscheidsconcert van Piet Geusens in de prestigieuze Karlskirche.

De reis is niet alleen een voorlopig hoogtepunt in het prille bestaan van het LUK, maar ook het einde van een era. Piet Geusens heeft besloten om er, samen met het einde van zijn studies, een punt achter te zetten. Hij is van oordeel dat het tijd geworden is om het koor door te geven aan zijn jongere broer Johan.

1974-1979

De eerste opvolger

Op het openingsweekend in De Panne staat er voor het eerst in de geschiedenis van het koor een nieuwe dirigent voor het koor. Het is even wennen, hoewel Johan de logische opvolger is omdat hij al enkele jaren het instrumentaal ensemble van het koor leidt. De plechtige overdracht van het dirigentschap wordt bezegeld met een heus vuurwerk in de duinen. Met de nieuwe dirigent komt er ook een heel andere visie op het koor. Johan wil een groot koor, waar hij ook romantisch werk mee kan brengen, iets wat tot dan eigenlijk niet voorkwam.

Na de repetities wordt er afgezakt naar het stamcafe 'De Wink' op het Damiaanplein, waar er in een klein zaaltje nog stevig wat gezongen en gedronken wordt. Als het echt laat wordt en iedereen weer honger krijgt, wordt er spaghetti gegeten in de Muntstraat. Vooral restaurants als 'Da Tonio' en 'Pronto' krijgen regelmatig bezoek van schorre 'Lukkers'.

Ook in de zomer van 1975 gaat het koor op reis. De keuze valt deze keer op de Franse Provence : weerom een bestemming die zal uitgroeien tot een echte klassieker. Stilaan beginnen zich de contouren van een klassieke koorreis af te tekenen. Voor de reis is er een inzingweekend bij de paters-jezuieten in Lerkeveld. Vandaar begint een kleine rondreis door de streek van keuze. Op het programma staan ondermeer Vezelay, Chalons-sur-Saone en Aix-en-Provence. Van de 4 concerten op het programma blijft vooral dat in het sfeervolle Romaanse kerkje van Ste-Marie-de-la-Mer bij koorleden en toehoorders hangen.

Het academiejaar 1975-1976 wordt zonder meer een historisch jaar voor het koor. Een hele generatie 'ouderen', waaronder de stichters, verlaten definitief het LUK. Johan zal het vanaf dan samen met zijn generatiegenoten moeten rooien. Maar het gaat het koor voor de wind. Het LUK wordt stilaan een vaste waarde in het Leuvense studentenmilieu. Het groeit gestaag en telt nu al een 80-tal leden. Om de steeds talrijkere nieuwe leden op te vangen wordt een pannekoekenavond georganiseerd waar de groentjes een peter of meter krijgen toegewezen.

Voor het eerst wordt het LUK gevraagd om op Lichtmis de eucharistieviering in de St.-Pieterskerk op te luisteren, dit naar aanleiding van de 550-ste verjaardag van de K.U.Leuven. In een bedankingsbrief aan het koor stelt de rector De Somer dat de mis voor de meeste aanwezigen een echte revelatie was. Vanaf dat moment zijn de relaties tussen de KUL en het LUK opperbest en mag het koor elk jaar 2 academische missen verzorgen.

Het geLUK kan dat jaar blijkbaar niet op. Naast een Universiteitsconcert in Kortrijk, maakt het koor zijn eerste BRT-radio-opname. Verder staat, naast het gebruikelijke aulaconcert, onder meer een dubbelconcert op het programma met Concinite, het meisjeskoor van wijlen Karel Aerts. Ook van reizen kan het LUK blijkbaar niet genoeg krijgen. Deze keer trekt het koor zijn bergschoenen aan en marcheert naar het Oostenrijkse Lechtal. Luid jodelend maken ze gedurende 2 weken de Alpenweiden onveilig.

Omdat het LUK uit zijn voeten dreigt te barsten - het telt nu al een honderdtal leden - wordt er voor het eerst een zangtest ingevoerd. Het gaat er vooral om, zang-onkundigen af te schrikken. Van een echte stemproef is immers nog lang geen sprake. Naast het klassieke programma heeft het koor in de zomer van 1977 alweer een primeur op het programma staan. Voor het eerst komt er een uitwisseling met een ander universiteitskoor.De koorleden zien dat wel zitten en in juli 1977 stapt heel het LUK op het vliegtuig richting Polen.

In augustus 1978 vertrekt het koor kortgerokt en welgemutst op reis naar Aberdeen (Schotland). Het is immers uitgenodigd om deel te nemen aan de tiende editie van het IFYO (International Festival of Youth Orchestras and Performing Arts). Het koor gaat de boot in en mag op het festival naast enkele eigen concerten onder meer zingen onder Arthur Oldham en Carl-Maria Guilini en is zo te horen in het slotkoor van de negende symfonie van Ludwig Van Beethoven, samen met het Jeugdorkest van de Europese Gemeenschap.

Na 9 jaar werken is het Leuvens Universitair Koor nog steeds een 'zeer autonome werkgroep van de Kultuurraad'. Het telt 84 leden en er heeft zich een vaste structuur gevormd met een vijfkoppig bestuur dat echter nog steeds geen democratische fundamenten heeft.

De tiende verjaardag van het koor vraagt natuurlijk om een feestje. Op 1 maart 1979 maken Lukkers de Leuvense straten onveilig. Er wordt begonnen met een eucharistieviering in de Minderbroederskerk. Daarna trekt de groep naar AlmaII voor een gezamenlijke maaltijd. Om het eten te laten verteren wordt darna koffie gedronken in het stamcafe, De Wink. Vandaar gaat het in stoet met fanfare en heuse majoretten naar Fonske, die voor de gelegenheid in blauw-wit kooruniform wordt gestopt. Daarna wordt het tijd voor een ernstige noot en volgt er een echte academische zitting, waar ondermeer rector De Somer het woord voert. Voordat de Lukkertjes zich kunnen uitleven op een koud buffet in 'De Georges' en hun beste danspasjes mogen voorzetten, kunnen ze nog kijken naar een film vol LUK-herinneringen.

Een ander vermeldenswaardig evenement uit het jubileumjaar is vast en zeker een optreden met de Griekse synthesisertovenaar Vangelis. In een organisatie met BRT2-Omroep Brabant met als contactpersoon niemand minders dan Wim Mertens, mag het LUK in het Koninklijk Circus een avondje oehoehoeen en ahahaen in een zee van elektronische geluiden. Een andere mijlpaal in de koorgeschiedenis is de opname van een plaat naar aanleiding van 10 jaar Alumni. Samen met het Pol Bess Sextet brengt het koor bewerkingen van Leuvense studentenliederen. Veel van deze bewerkingen leven nog steeds door als echte schlagers.

1979-1981

De dirigent-tekenaar

Op het openingsweekend in de Panne staat er opnieuw een dirigentenwissel op het programma. Ook deze keer wordt de aflossing met het nodige feestgedruis gevierd. Paul Geusens, net als zijn oudste broer student geneeskunde, wordt door de verenigde koorgemeenschap als de logische opvolger beschouwd. Hij is binnen het koor vooral bekend als ontwerper van talrijke affiches en andere grafische toestanden.

Het aantreden van een nieuwe dirigent leidt binnen het LUK telkens weer tot vragen in verband met de structuur van het LUK. Iedereen is er stilaan van overtuigd dat het LUK geen clubje meer is van een aantal mensen die gewoon wat samenkomen om te zingen. Door het grote aantal leden en de steeds talrijkere engagementen wordt het duidelijk dat de hele organisatie een officiele structuur nodig heeft. Het is Jos Delbeke die het voorstel lanceert om van het LUK en heuse v.z.w. te maken. Op 3 april 1980 verschijnen de statuten in het Belgisch Staatsblad onder het nr. N 3279-3286. Naast een nieuwe naam krijgt het koor nu ook een vijfkoppig bestuur. Vanaf nu zal het LUK elk jaar een groep van 4 bestuursleden (voorzitter, secretaris, reisleider, penningmeester) democratisch moeten verkiezen. Ook het ambt van dirigent ontsnapt voortaan niet aan de wil van het volk.

Daarnaast gaat het leven in het LUK natuurlijk zijn gewone gangetje. Op lichtmis 1980 heeft het kor de eer kennis te maken met Mgr. Oscar Romero. Op het weekend te Zutendaal staat er voor muziekminnend Leuven een grote belevenis op het programma. Jos van Immerseel, bekend clavcinist-pianist en dirigent wordt door het koor gestrikt om enkele uren met het koor te repeteren. Voor de meeste koorleden wordt het een echte revelatie.

Om te bekomen van een druk en bewogen koorjaar trekt het koor nog maar eens de bergen in. Het gaat naar het Martell-dal, een Duitstalige enclave in de Italiaanse Alpen. De ijle berglucht doet de koorleden zichtbaar deugd. Nadat er tussen 1977 en 1980 geen enkel koorkoppel is ontstaan, hebben een aantal mensen blijkbaar besloten om de schade snel in te halen. Maar liefst 9 nieuwe koorkoppels worden gevormd (en dat voor slechts 6000 BEF per persoon !).

Ondanks het feit dat Paul niet meer in Leuven woont, blijft hij het volgende jaar aan het hoofd van het koor. Hij wordt zo de eerste pendelende dirigent. De combinatie werk-koor blijkt echter al gauw te zwaar. Paul besluit dan ook het daaropvolgende jaar het dirigeerstokje door te geven. Misschien om voor een keer niet te hoeven pendelen wordt een kerstconcert georganiseerd in Alden-Biezen, niet ver van de geboortegrond van de familie Geusens. In de pas gerestaureerde Landcommanderij mag het LUK op 19 december 1980 voor een stamvolle kerk zijn beste beentje voorzetten. Er wordt gekozen voor een origineel concertbegin. De blauwe massa komt op tijdens het zingen van 'Hark! The herald angels sing' van Mendelssohn-Bartholdy. Meteen is een nieuwe traditie geboren.

Dat het Leuvens Universitair Koor niet meer weg te denken is uit het Leuvense straatbeeld blijkt uit de interesse die het televisieprogramma Panorama voor het LUK heeft tijdens het maken van een reportage over het Leuvense studentenmilie. Op 5 maart 1981 wordt een repetitie voor het nageslacht vastgelegd en een week later staan de camera's in de grote Aula voor een opname van het universiteitsconcert. Alsof dat nog niet genoeg is, krijgt het koorkot bezoek van de filmploeg.

Het afscheid van Paul valt al voor de koorreis naar Straatsburg. Het zal dus Johan zijn die het koor op zijn achtste koorreis zal leiden. Na een weldoend inzingweekend in de Heverleese Parkabdij zijn de Lukkertjes klaar om op de trein te stappen, op naar de Elzas. Ondanks de tegenvallende accomodatie en het drinken van veel te veel wijn slagen ze er nog in tijd te maken voor enkele concerten. Daardoor is het blauwe volkje geen onbekende meer in Straatsburg, Kaysersberg en Ste.-Marie-aux-Mines.

1981-1985

De laatste der Geussensen

Voor het LUK v.z.w. begint een heel nieuwe periode. Er is niet alleen het allereerste democratisch verkozen bestuur, maar er is ook een nieuwe, al even democratisch aangeduide dirigent : Luc Geusens. Luc erft een koor met een 70-tal leden. Na de stemproef zijn er dat al meteen 80. De nieuwe dirigent wil verder vooruit met het koor : hij schotelt het koor meteen een eivol programma voor, hoewel het koor dat jaar voor het koor van het Lemmensinstituut kiest om Lichtmis op te luisteren. Een keuze die ze zich achteraf blijkbaar beklaagt : vanaf dan staat het LUK ononderbroken op de affiche.

Naast de intussen gebruikelijke pannekoekenavond, koorfuif en ander volksvermaak zijn er natuurlijk concerten. Het kerstconcert vindt plaats in de kapel van de paters Picpussen en wordt opgehangen aan een kerstverhaal. Op het programma staan ondermeer uittreksels uit de Mariavespers van Claudio Monteverdi.

Net na de jaarwisseling wordt het koorbestuur voor een dilemma geplaatst : het moet kiezen tussen 2 reisbestemmingen. De reisleider, die al volop bezig was met het organiseren van een reis naar Freiburg, kreeg een uuitnodiging van het International Festival for Youth Orchestras and Performing Arts om deel te nemen aan het festival in Rome. Het bestuur roept de hulp in van de goegemeente die in een volksraadpleging mag beslissen. De overgrote meerderheid, die zich vast de reis naar Schotland herinnert, kiest voor Rome en daar zal ze geen spijt van krijgen.

Op 25 juli 1982 stapt het LUK op de trein met bestemming Rome. In hun bagage bevindt zich het 'bijouke', dat speciaal voor de gelegenheid werd gemaakt. Kwestie van elkaar terug te vinden in de grote mensenmassa en van iets te hebben om uit te wisselen. Het ontwerp van het koorlogo en het bijouke is het werk van oud-dirigent Paul Geusens. Ondanks enkele aanpassingen is het logo nog steeds terug te vinden op alle LUK-documenten.

De trip naar de Italiaanse hoofdstad wordt niet alleen de langste koorreis ooit (19 dagen), maar wordt ook een unieke belevenis. Natuurlijk is er het muzikale gedeelte. Onder leiding van Arthur Oldham en Claudio Abado brengt het koor op historische plaatsen opvoeringen van de 5de symfonie van Mahler, de Psalmensymfonie van Tsjaikovski en het Te Deum van Verdi. Iets minder onschuldig is de ontmoeting met het Noors Radiokoor, een meisjeskoor dat de harten van menig mannelijk koorlid een heel stuk sneller doet slaan. De Lukkers staan zo zot van dit blonde geweld dat ze de Scandinavische schonen meteen uitnodigen voor een concerttournee in Vlaanderen.

Van een heel ander kaliber is het bezoek aan paus Johannes-Paulus II, die op dat moment pas aan een aanslag is ontsnapt. Onverwacht krijgt het koor van de Belgische ambassade telefoon met de vraag of ze geen bezoekje willen brengen aan Zijne Heiligheid. Zoiets slaat geen enkel zinnig mens af. Op een onmogelijk vroeg uur worden de Lukkers uit hun bed gezet om met de bus naar Castelgandolfo, het buitenverblijf van de paus, te rijden. Tijdens hun bezoek aan de paus krijgen de koorleden een eucharistieviering in het Nederlands voorgeschoteld en worden nadien in prive-audientie ontvangen. Na afloop van het officiele gedeelte slaat Karl Woytila met iedereen een praatje en worden cadeaus uitgewisseld. De paus schenkt iedereen een paternoster en krijgt daarvoor een echt 'bijouke' in de plaats.

Het LUK kent bij de aanvang van het nieuwe academiejaar 1982-1983, ondanks de stemproef, een explosieve groei. Het telt maar liefst 136 leden. Daarom gaat het koor op zoek naar een groter lokaal. Dat wordt gevonden op de tweede verdieping van het Maria-Theresiacollege. Lokaal 02.20 is een oud leslokaal dat beschikt over enkele niveaus en dat al enkele jaren leegstaat. De gedroomde thuisbasis voor het LUK is gevinden. Daarmee zijn nog niet alle problemen van de baan. Omdat koorleden - vooral de bassen - een hekel hebben aan rechtstaan, wordt er gezocht naar stoelen. Door de verbouwing van Alma I hebben ze daar een massa stoelen over. Het koor ziet zijn kans schoon en ontfermt zich over deze verweesde 'viervoeters'. Na enig aandringen doet de universiteit er nog een heuse piano bovenop en is het nieuwe koorlokaal een feit.

Verder verandert de massieve omvang van het koor niet echt veel aan het programma dat de koorleden voorgeschoteld krijgen. Na de traditionele opening van het academiejaar of de Lichtmisviering gaan de half-bevroren zangers zich verwarmen aan een koffie of warme choco in 'de Gambrinus', een cafe op de Oude Markt. Daarna zijn ze klaar voor een receptie die uitmondt in een etentje dat uitmondt bij een of andere Italiaan. De meest prominente eredoctor van dat jaar (1983) is ongetwijfeld Helmut Schmidt. Na enkele glaasjes geestrijk vocht voegt hij zich bij het koor en begint luidskeels mee te zingen.

Tijdens een weekend in Eigenbilzen neemt het LUK voor het eerst in zijn geschiedenis deel aan een koorwedstrijd. Ze trekken met knikkende knieen naar Val-Meer waar ze deelnemen aan het koorfestival van de Val-se Merels. Meteen gaat het koor lopen met de Mgr. Kerkhofsprijs. Op het universiteitsconcert in de grote Aula wordt 'Christ lag in Todesbanden' van J.S. Bach uitgevoerd. In het orkest zit, verscholen achter zijn cello, het - toen nog piepjonge - broertje van een koorlid : Peter Dejans.

Voor de tweede maal trekt het koor naar Wenen. Voor de organisatie krijgt het bestuur de hulp van de Salvatorianen, een congregatie waarvan 2 leden deel uitmaken van het koor. Zij zorgen ervoor dat het koor een inzingweekend kan houden in het prachtige 'Kloster Steinfeld' in de Duitse Eifel. Vandaar gaat de reis naar Passau en op 20 juli bereikt het LUK zijn eindbestemming : Wenen. Van het bezoek aan de bakermat van de wals blijft vooral een uit de hand gelopen wijdegustatie in de herinneringen hangen.

Na een deugddoend openingsweekend waar er een heus nachtspel wordt georganiseerd, kan het LUK met frisse moed beginnen aan zijn 15de seizoen. Daarvoor krijgt het voor het eerst een bestuur dat als ploeg verkozen is. Een hecht bestuur zal van pas komen om de 120 Lukkers vlot door een druk programma te loodsen. Zoals het altijd het geval is, valt het jubileum van het koor samen met dat van Alumni Lovaniensis. Het LUK wordt niet alleen gevraagd om de eucharistieviering op te luisteren, maar mag bovendien deelnemen aan de nacht der Alumni. Daar mag het koor aanzitten aan een rijk gevulde dis. Betrokkenen spreken in dit verband over een regelrechte braspartij.

Om te bekomen trekt het koor net voor Kerstmis naar Bottrop in het Duitse Ruhrgebied. Daar mag het voor een enthousiast publiek een echt kerstconcert geven. Na afloop wordt er onder de kerk een stevig Duits kerstfeestje gebouwd, compleet met Wurst, Gluhwein, Bier zonder schuim en TD. Na een bezoek aan de Weihnachtsmarkt van Essen kunnen de Lukkers, moe maar tevreden, terug naar Leuven.

Om het 15-jarig bestaan de nodige luister bij te zetten wordt een tweede lustrumdag op het getouw gezet. Op 4 februari 1984 komen de koorlden en hun voorouders in hun sjiekste kostuum naar Leuven voor het grote feest. Een ganse dag maakt het blauwe gespuis de straten en pleinen van Leuven onveilig. Na een eucharistieviering in de Onze-Lieve-Vrouwekerk, een tentoonstelling en een broodjesmaltijd wordt er aangezoemd voor een zangstonde. Na de obligate groet aan Fonske en een film met koorherinneringen wordt de avond afgerond met een koud buffet annex TD in 'de Georges'. Ook op de openbare omroep krijgt de jubilaris de nodige aandacht. Zo komt het koor terecht in een uitzending van Panorama over het leven in Leuven, 15 jaar na de grote studentenrevolte. Iets erieuzer is een opname die het LUK maakt voor 'Het Koorleven in Vlaanderen'.

Om het aulaconcert een feestelijk tintje mee te geven staat het 'Dettinger Te Deum' van G.F. Handel op het programma. Voor de eerste keer staan er ook 2 aulaconcerten op het programma. Na de blok gaat het koor voor de tiende keer op reis. Omdat de bestemming niet altijd aan de andere kant van de wereld moet liggen, rijdt de bus naar Nancy en Dijon waar het koor zich tegoed doet aan alle Bourgondische geneugten. Vooral op muzikaal gebied is de reis een voltreffer. Naast optredens in kerken staat er ook een grote, oranje circustent op het programma waar blaffende honden en punkers de koorleden uit hun concentratie proberen te brengen. Het absolute hoogtepunt wordt het optreden te Dijon, waar het koor door een stampvolle kerk wordt bedacht met een minutenlange staande ovatie.

Bij de opening van het academiejaar 1984-1985 is er niets dat laat vermoeden dat het laatste jaar van het dirigentschap van Luc Geusens een zeer bewogen verloop zal kennen. Na een geslaagde kaas- en wijnavond, staat er een tweede bezoek aan Bottrop op het programma. Een exacte, maar daarom niet minder gewaardeerde kopie van het vorige bezoek. Vooraleer de koorleden het tweede semester aanvatten, staan er dirigentverkeizingen op het programma. Er zijn 2 kandidaten. Doodgeverfd favoriet is Peter Dejans, die al enkele jaren cello speelt in het instrumentaal ensemble en net een jaar conservatorium achter de rug heeft. Hij haalt het dan ook met een maat of drie voorsprong.

Luc programmeert voor zijn laatste jaar opnieuw een evergreen uit het koorrepertoire : het 'Gloria' van Antonio Vivaldi. Op het aulaconcert (28 maart 1985) neemt Luc en met hem de hele familie Geusens, afscheid van het Leuvense publiek. Na het concert zakt het publiek, samen met de blauwe massa en de top van de K.U.Leuven, af naar de pausbar. Daar komt het, na enkele pintjes, tot een echte cantus. De rector doet zijn duit in het zakje door als procantor op te treden en het duurt niet lang voor ook de rest van de academische overheid zich laat verleiden tot het zingen van steeds schunniger studentenliederen.

Voor het concertpubliek mag het koorjaar dan al wel voorbij zijn, er staat Luc en het LUK nog heel wat te wachten. Op 20 mei vereert paus Johannes-Paulus II het koor met een tegenbezoek aan Leuven. Op het laatste moment wordt het koor gevraagd om het koor te versterken, dat de eucharistieviering in Stade Leuven zal opluisteren. Na afloop van de viering is er voor de deelnemers een receptie in de Faculty Club. Daar zingt rector Piet De Somer voor het laatst het Io Vivat mee met 'zijn' Leuvens Universitair Koor.

De examens zijn halfweg als de universitaire gemeenschap via de radio het ontstellende nieuws verneemt : 'de' rector is niet meer. Piet De Somer was niet alleen rector, hij was voor de meesten een vriend. Iedereen weet dat het koor op zijn begrafenis zal moeten zingen en dat er dus heel wat werk aan de winkel is. Op 22 juni 1985 staat een bijna voltallig LUK in de stampvolle St.-Pieterskerk. Iedereen heeft zo goed en zo kwaad als het kon examens verplaatst om er bij te kunnen zijn. Tot grote verbazing van de aanwezigen klinkt als uittredelied het 'Halleluja' van Handel. Het was immers de wens van de rector om met deze hoopvolle muziek de viering te beeindigen.

Om het jaar te besluiten trekt het LUK naar de andere kant van het ijzeren gordijn. Hoewel eerst Roemenie op het programma stond, wordt het uiteindelijk Joegoslavie. In tegenstelling tot het overgrote deel van de toeristen trekt het koor niet naar de kust, maar wel naar het binnenland van Joegoslavie.

1985-1988

Een nieuw geslacht

Het is een hele verandering. Na 16 jaar Geusens staat er voor het eerst een andere achternaam voor het koor. Een nieuw begin als het ware. Het is aan Peter Dejans, een student in de rechten, om de spits af te bijten. Eerste grote verandering is de stemproef. Die wordt opgewaardeerd tot een echte ingangsproef, waar slechts de helft van de deelnemers in zal slagen. Wie dacht dat daardoor het aantal kandidaturen zou afnemen, heeft het bij het verkeerde eind. Alsmaar meer studenten vinden in de eerste twee weken van het academiejaar de weg naar het koorlokaal.

Na het openingsweekend mag Peter, net als zijn voorgangers, meteen de openingsmis dirigeren. Dat is echter maar peanuts vergeleken met wat hem tijdens de maand november te wachten staat. Hij mag zijn kudde meteen meetronen voor een korte reis naar Polen, waar twee concerten op het programma staan, waarvan er een door de Poolse radio wordt uitgezonden.

In Leuven geven de koorleden het beste van zichzelf door een deelname aan de 24-urenloop van Sportraad. Een etmaal lang geven de koorleden de aflossingsstemvork door en lopen zich naar een zeer verdienstelijk plaats in de eerste tweederde. De stramme spieren en verkoudheden nemen de sportieve Lukkers er graag bij.

Het kerstweekend in Tongerlo verloopt niet echt vlekkeloos. Peter heeft een bloedmooi, maar spijtig genoeg ook aartsmoeilijk programma samengesteld. Gezien de erg korte voorbereidingstijd wordt er tot diep in de nacht geoefend. Als Peter nadien nog een einduur op de fuif wil plakken, oogst hij heel wat tegenwind. Eenmaal op het concertpodium is echter alle leed vergeten. Iedereen heeft ondertussen wel begrepen dat deze dirigent niet alleen streng is, maar ook zeer goed. Het LUK geeft dat jaar een dubbel kerstconcert. Voor het eerst is het te zien in Hoogstraten, waar alle dirigenten van het geslacht Dejans hun eerste kerstconcert zullen geven. Ook februari wordt een drukke maand. Na een memorabele ontmoeting met de Duitse president Von Weizsacker op Lichtmis, wordt het koor gevraagd om het bezoek van de Italiaanse president Cossiga op 25 februari luister bij te zetten.

Het koorjaar loopt naar zijn einde en dus wordt het tijd voor het aulaconcert. Op het programma staat de 'Funeral Anthem' van G.F. Handel, naast de 'Geografical Fugue', een hels spreekkoor, dat kan rekenen op een enthousiaste reactie van het publiek. De koorreis dat jaar gaat naar Italie. Niet naar Rome, maar naar Umbrie en Toscane. Onderweg wordt eerst halt gehouden in St.-Michel-de-Frigolet waar tot grote verbazing van de Lukkers, ook nog een deel van de KUL-top logeert. Tweede reisdoel is Firenze, waar een aantal uitvoeringen met het Orchestra da camera Fiorentina op het programma staan. Op weg naar de volgende verblijfplaats, Assisi, loopt er het een en het ander verkeerd. Na een tussenstop in een klein provinciestadje blijkt de bus onvindbaar. Na een uurtje komt de bus opdagen : de remmen hebben het begeven en dus moet de bus zo snel mogelijk gerepareerd worden. Het oponthoud zorgt echter voor enkele problemen. Die avond moet het koor immers nog een concert verzorgen in Perugia. Omdat er nog enkele nieuwe stukken ingestudeerd moeten worden, wordt een noodrepetitie georganiseerd in de garage, met op de achtergrond het geluid van pneumatische hamers en het geronk van diesels. Enkele uren later dan voorzien komt het koor aan in Perugia. Daar wordt vlug-vlug ingezongen en een half uurtje later staat het koor een van zijn beste concerten ooit weg te geven. De extra repetitie heeft gewerkt ! Veel te snel nadert het einde van de reis. Na het laatste avondmaal, aan een grote feesttafel, trekt het koor de bergen in. Boven op de Rocca Maggiore wordt er nog een illegale barbecue georganiseerd en nadien leggen de Lukkers zich te slapen onder de sterrenhemel.

Peter heeft kennelijk besloten het hoge tempo van het voorbije jaar ook in het seizoen 1986-1987 door te trekken. Naast de intussen gewoon geworden kooractiviteiten zoals ontmoetingsavond, stemproef, fuiven en meer van dat moois krijgen de Lukkerthes nog een hele boterham voorgeschoteld. De dirigent komt immers aandraven met het idee van een plaatopname : het belooft een boeiend koorjaar te worden.

Na de opening van het academiejaar en de inhuldiging van het gerestaureerde Van Dalecollege is er, nog steeds in de maand oktober, een concert voor Alumni, samen met de andere universitaire ensembles. Nog geen week later is het weer alle hens aan dek voor de ontvangst van het meisjeskoor van de universiteit van Wrotslaw. Na een weekendje Bottrop (programma nog steeds hetzelfde) en het kerstconcert, waarop al een deel van het plaatrepertoire wordt gebracht, neemt het koor ook nog deel aan 'de Gouden Ster', een koorwedstrijd van het Davidsfonds en het ANZ, waar het gaat lopen met de eerste prijs in de categorie 'jeugd' en dus ook met de Gouden Ster !

Om uit te rusten van het oudejaarsfeest, dat het LUK voor het eerst zelf voor al zijn leden heeft georganiseerd, trekt het koor voor de derde maal naar Kloster Steinfeld, waar het onder het wakend oog van Pater Ventilator, Broeder Opvoeder, Pater Pancreas, Broeder Terrorist, Pater Cassanova en Pere Total twee dagen lang dolle sneeuwpret beleeft. Zoals dat rond deze periode van het jaar hoort, wordt er een te gekke carnavalsfuif georganiseerd in de 'Schapestal', die voor de Lukkers intussen al een begrip is geworden.

Na de aulaconcerten en de bestuursverkiezingen kan het koor beginnen denken aan de plaatopname. Het is een ongemeen ambitieus project, waarvoor het koor alle zeilen moet bijzetten, zowel op muzikaal als op organisatorisch vlak. De opname zelf vindt plaats tussen 15 en 17 juli 1987 en wordt voorafgegaan door een extra repetitieweekend. Daar maakt het LUK voor het eerst kennis met Juliaan Wilmots, die al gauw tot Nonkel Juul wordt omgedoopt. Hij zal het koor muzikaal advies verstrekken en kan meteen kennis maken met het studentikoze karakter van het LUK. De opnames zelf vinden plaats in de Jezuietenkerk van Lerkeveld. Het wordt voor iedereen een belevenis. Op drie dagen blikt het koor een hele eigen LP in, die een afspiegeling beoogt te zijn van wat het LUK op zijn aulaconcerten brengt. In tegenstelling tot wat je zou kunnen verwachten, verloopt heel de opname in een ontspannen sfeer en genieten de Lukkers, die nog maar net hun examens achter de rug hebben, met volle teugen van de 5 dagen afzondering.

Eenmaal de plaat ingeblikt, trekt het koor goedgemutst op reis : de Italiaanse hoofdstad wenkt. Vanuit een kleine Vaticaanse enclave nemen de Lukkers ruim de tijd om Rome en omstreken te verkennen. Het LUK slaagt er zelfs in om een eucharistieviering bij Johannes-Paulus II te versieren. Zeer vroeg in de ochtend vertrekt de bus naar Castelgandolfo, het prachtige buitenverblijf van de paus. Daar staat al een lange rij genodigden aan te schuiven. De mis wordt opgedragen door de paus en is volledig in het Nederlands. Na afloop maakt Johannes-Paulus II een praatje met zijn gasten, worden foto's genomen en de cadeautjes uitgewisseld.

Het negentiende levensjaar van het universitair koor doen Peter en zijn koor het wat rustiger aan. Na een fel gesmaakt openingsweekend in Oostende en een traditioneel jaarbegin is het al gauw tijd voor het kerstconcert. Na afloop van dit concert in de St.-Kwintenskerk stelt het koor zijn eerste langspeler voor aan pers en publiek.Op een sjieke receptie in de Faculty Club kunnen de langspeelplaten worden gepresenteerd. Fier als een gieter kunnen Peter en zijn koor hun troetelkind aan de wereld toevertrouwen. Ze kunnen daarbij rekenen op ongewoon ruime belangstelling van de pers. Zowel Michel Follet (Radio2) als Anne-Marie Coebergh (Radio3) nodigen de dirigent en de voorzitter uit voor een interview.

Op kerstavond 1987 zit heel het LUK gespannen voor de buis. Niet om naar James Lasts kerstshow te kijken, maar voor een uitzending van Hoger Lager, het populaire spelprogramma van Walter Capiau. Enkele dagen eerder heeft het koor, in het kader van Student-Aid, de muzikale omlijsting verzorgt van een speciale opname van dit programma. Walter en zijn confrater Guido hebben alle moeite van de wereld om het dolgedraaide publiek, dat enkel uit studenten bestaat, in de hand te houden. Wie goed kijkt, ziet trouwens dat het koor zichzelf ook niet helemaal in de hand heeft. Af en toe vliegen er bloemen en andere kleine decorstukken door het beeld. Voor het goede doel...

1988 begint voor het LUK met de begrafenis van Minister van Staat Gaston Eyskens. Het koor wordt gevraagd om in de St.-Pieterskerk de plechtige uitvaart, die ruim 2 uur duurt, op te luisteren. Na afloop ontvangt het koor van de familie Eyskens een zeer hartelijke bedankbrief. Na het stilaan traditionele Steinfeldweekend begint het koor zich voor te bereiden op de aulaconcerten, meteen het afscheid van Peter Dejans van het Leuvens publiek.

Peter en de koorleden hebben nog recht op een koorreis. De reisleider heeft Augsburg en Wenen uitgekozen als bestemmingen. Het regenachtige weer in het begin van de reis kan de koorleden niet deren. De sfeer is opperbest en wordt er alleen maar beter op. Na een eucharistieviering in een klein stadje zijn de koorleden uitgenodigd op een 'Heurigenabend' waarop traditioneel de nieuwe wijn wordt geproefd. Proeven is niet helemaal de juiste uitdrukking. Er worden immers grote hoeveelheden wijn geconsumeerd, naast massa's vlees en kaas. Flink aangeschoten trekken de uitgeputte zangers midden in de nacht naar huis. De volgende ochtend zitten de meeste koorleden er maar stilletjes bij. Net nu het koor de hoogmis mag opluisteren in de Stephansdom. Na een korte repetitie trekt de groep naar de kerk en geeft daar, wonder boven wonder, een uitstekend optreden weg. Veel vlugger dan gehoopt nadert het afscheid. Het afscheidsconcert van Peter Dejans vindt plaats in de Michaelerkirche, waar het koor 5 jaar eerder ook al optrad. In dit stemmige kader geeft het koor het beste concert van Peters koorjaren weg, tenminste als we de dirigent zelf mogen geloven.

1988-1990

Het vervolg van de Dejans-saga

Johan Dejans, net als zijn oudere broer Peter student in de rechten, wordt op 1 februari 1988 verkozen tot nieuwe dirigent van het LUK. De meeste koorleden kennen hem al lang. Hij was immers al in 1984 als hoboist mee op koorreis. Hij krijgt meteen de moeilijke, maar boeiende opdracht om, samen met het bestuur het twintigjarig bestaan van het LUK te organiseren. Het hele jaar zal dan ook verlopen in het kader van deze jubileumviering.

De eerste grote opdracht komt er met het kerstconcert. Niet een, niet twee maar liefst drie uitvoeringen staan op het programma. Eerst in Bottrop, dan in Hoogstraten, dat intussen zowel voor dirigent als voor koorleden bekend terrein is en waar het LUK de weg naar de bierkelder al blindelings vindt. Tenslotte is Leuven aan de beurt waar een tot de nok gevulde jezuietenkerk kan luisteren naar een programma met muziek van Bruckner, Distler, Purcell, Britten en Wilmots.

Na een weekendje Steinfeld en Lichtmis is het tijd voor de grote dag. Het bestuur heeft zich uitgesloofd om alles tot in de puntjes voor te bereiden. Toch kan dat niet beletten dat er tot diep in de nacht gewerkt wordt om de Jubileumzaal in orde te brengen. Op 18 februari 1989 is het dan zover. Van heinde en verre zijn meer dan 300 (oud-)Lukkers naar de Leuvense Begijnhofkerk om er de plechtige eucharistieviering bij te wonen. Daarna trekt de stoet naar de Jubileumzaal van de Hallen, waar de Lukkers vergast worden op maar liefst 3 speeches. Gelukkig komt aan alles een eind en kunnen de genodigden eindelijk nog eens hun keelgat openzetten, daarbij gedirigeerd door een enthousiaste rector Dillemans. Na een broodjesreceptie en een bezoek aan de tentoonstelling trekt de massa de straat op voor een tocht door Leuven. Daarbij komen ze terecht in de Leuvense caravalstoet, wat voor heel wat extra belangstelling zorgt. Fonske krijgt een prachtig nieuw kleedje en aan enkele Leuvense standbeelden wordt halt gehouden voor een korte zangstonde.

Na een groepsfoto op de trappen van het Pauscollege en een klein optreden door elke koorgeneratie afzonderlijk, beklimmen de stilaan vermoeide benen de vertrouwde trappen van de Hallen, waar zij worden verwacht voor een lange repetitie, geleid door de verschillende LUK-dirigenten, en dat zijn er intussen zes. Na een kleine pauze kunnen de feestelijk uitgedoste koorleden hun benen onder tafel schuiven voor een uitgebreid koud buffet. Als het eten min of meer verteerd is, wordt de dans geopend en begint een dansfeest in authentieke LUK-stijl dat tot vroeg in de ochtend zal lopen.

Tot grote vreugde van de toehoorders knoopt Johan terug aan bij de traditie om een 'groot werk' met orkestbegeleiding uit te voeren op de aulaconcerten. Net als bij het 15-jarig bestaan kunnen ze luisteren naar het Dettinger Te Deum van G.F. Handel. Daarnaast heeft Juliaan Wilmots in opdracht van het LUK een bewerking gemaakt van 2 studentenliederen. 'Testament van een student' en 'De gilde viert' zien het daglicht en krijgen een enthousiast onthaal. Na afloop van het concert hebben de aanwezigen nog recht op een heuse receptie. Het wordt stilaan een gewoonte.

De koorreis maakt voor vele Lukkers een oude droom waar. Het LUK gaat op bedevaart naar Santiago de Compostella. Eerste halte is Poitiers ; van daar wordt er doorgereisd naar Burgos, waar het koor door zijn uitbundig gedrag (watergevechten e.d.) de plaatselijke kranten haalt. In Burgos zingt het koor in de kathedraal en geeft 2 druk bijgewoonde concerten. In San Lesmes, een kerk van een nonnenklooster, worden de koorleden ontroerd door een oud zustertje dat, de cassetterecorder hoog in de lucht, het volledige concert opneemt. Op de feestdag van de heilige Jacob komt het koor, de laatste kilometers te voet, in Santiago aan. 's Avonds kan iedereen op het grote centrale plein genieten van een uitzonderlijk vuurwerk, waarbij als apotheose de kathedraal in lichterlaaie wordt gezet. Op het gigantische plein voor de kathedraal geeft het koor ook nog 2 concerten weg.

Tijdens de stemproef van het nieuwe koorjaar (1989-1990) maakt het bestuur voor het eerst kennis met een nogal opvallend figuur, ene Han Koole, die niet enkel uit de band springt door zijn afkomst - hij is Nederlander - maar ook door zijn strikje. Over hem zullen we het later nog wel hebben.

Terwijl de koorleden zich vermaken tijdens de zoveelste danscursus en zichzelf te buiten gaan op de ontmoetingsavond, bereidt de dirigent het kerstconcert voor. Het koor is te bewonderen in de Leuvense St.-Jan-De-Doperkerk. Deze mooi gerestaureerde kerk ligt niet alleen in het prachtige Leuvense Groot Begijnhof, waar het LUK sinds enkele jaren thuis is, maar heeft als grootste voordeel dat ze enorm veel volk kan bevatten. Op het programma staan ondermeer werk van Durufle, Faure en Poulenc.

Na het Steinfeldweekend, net als elk jaar geweldig, is het koor klaar voor Lichtmis en de aansluitende receptie. Daar kunnen ze kennismaken met de Poolse president Tadeusz Masowiecki. Die kan zijn ontroering niet bedwingen als het koor bij zijn intrede het 'Gaude Mater Polonia', het officiele Poolse volkslied, aanheft. Het koor heeft dit lied meegebracht van zijn bezoek aan Polen 5 jaar eerder. Johan en heel het koor houden er een persoonlijk bedankje aan over.

Voor zijn tweede en meteen laatste aulaconcert heeft Johan grootse plannen. Voor het eerst zal het koor een concert geven in de Aula Pieter De Somer, die meer dan 900 plaatsen telt, meer dan dubbel zoveel als de Grote Aula. Het programma mag gezien worden. De eerste helft bestaat uit de 4 'Coronation Anthems' van good old Handel. De tweede helft bestaat uit een kleiner aantal werken en de 'studentensuite' van Juliaan Wilmots. Na het grote succes van de 2 bewerkte studentenliederen van het vorige jaar, heeft het koor immers besloten om de componist te vragen de meest bekende codexliederen voor het koor te bewerken. Een heuse suite met maar liefst 10 liederen is het resultaat. Deze bewerkingen van Wilmots hebben het stuk voor stuk tot regelrechte koorhits gebracht en worden nu nog te pas - en soms ook ten onpas - door het koor gezongen. Aan het einde van het aulaconcert mag Johan op zijn beurt de grote zilveren stemvork doorgeven aan niemand minder dan zijn eigen zusje : An Dejans.

Omdat goede gewoontes niet dienen veranderd te worden trekt het koor opnieuw op reis naar de Provence. Muzikaal hoogtepunt is een concert in de abdijruine van Montmajour bij Arles. Niet dat het optreden kan rekenen op een massale publieke balngstelling, integendeel. Maar de akoestiek en de mooie omgeving brengen het koor in de juiste stemming voor een ontspannen concert voor zichzelf. Na het cocnert bouwt het LUK nog een feestje bovenop de ruines. Er wordt gezongen en gedanst. Omdat de reisleider voor een sportieve aanpak heeft gekozen moet het koor regelmatig de benen strekken. Een zoektocht van een hele dag door de zonovergoten Provencaalse heuvels en een zwempartij aan de Pont du Gard zijn nog maar pas verteerd als de reisleider komt aandraven met een afdaling van de Ardeche. Omdat de energieke reisleider er niet genoeg van kan krijgen, staat er nog een dagfietstocht op het programma : in kleine groepjes trekken de koorleden door de Camargue. In een kleine kerk in het centrum van Aix-en-Provence wordt de laatste bladzijde gechreven van Johans dirigentschap. Na afloop wordt er nog een stevig glas gedronken op het afscheid van de zoveelste koorgeneratie.

1990-1993

Het LUK met een rokje.

Zaterdag 3 november 1990. De Negende van Beethoven. Sportpaleis van Antwerpen. Tweeduizend virtuele stemmen. Een triomfantelijke start voor de eerste vrouwelijke dirigent van het LUK : An Dejans. Alhoewel een dirigent(e) zich goed moet wapenen tegen de kritiek van diegenen die er heilig van overtuigd zijn dat het o zo schone verleden onmogelijk nog te overtreffen is, kan An toch wel rekenen op een flinke dosis goodwill van haar 117 blauwe zangertjes. Haar sterk muzikaal curriculum is alom bekend en ze kan vertrouwen op enkele stoere beschermengels van broers.

Het slippertje van de Proms even buiten beschouwing gelaten, kunnen we stellen dat An in het rijtje van de Geusensen en Dejansen blijft lopen : koorcontinuiteit gewaarborgd dus. Na het openingsweekend volgen openingsmis en academische zitting, kennismakingsrepetities, stemproeven, ontmoetingsavond en een concert met de 4 universitaire ensembles : Symfonisch Orkest, Harmonieorkest, Bigband en Koor. Dit alles is niets meer dan een blij voorspel. Springplank naar de ware vuurproef : het kerstconcert. Mede door de kracht van 'De Vrolijke Veer', het toenmalig bestuur, haalt An op 14 december alvast het begin van de eindmeet : Hoogstraten. Net als de andere Dejansen geeft An daar haar eerste kerstconcert. Voor herhaling vatbaar, zo blijkt later. Het Hoogstraatse publiek is uitermate sympathiek en tot laat in de avond weergalmt gezang in de plaatselijke parochiezaal van Hoogstraten, waar nog stevig nagekaart wordt.

Zes dagen later waaien de vertrouwde klanken van 'Hark! The heralds angels sing' de Leuvense Begijnhofkerk weer binnen : in lange blauwe rijen wandelt het LUK al zingen de middenbeuk door, tot aan het podium. Dejans is werkelijk niet meer te stoppen : veel te veel bisnummers. Muze, vergeve het haar. Na een apres-concert tot in de vroege uurtjes kan het LUK even recupereren om dan vrolijk en vol energie 1991 binnen te dansen.

De kerstconcerten zijn gelukt : het ijs is gebroken. Vol goede moed begint het LUK aan de tweede helft van het koorjaar. Zaterdag 2 februari 1991 is er Lichtmis en het weekend daarop trekt het koor naar Steinfeld, een heel ontspannen tweedaagse met sneeuw en een dubbele TD : een ondertussen traditioneel geworden verkleed-TD (thema 'Punk') op zaterdagavond en een geimproviseerde TD op zondagavond, omdat de bus door het strenge winterweer met technische problemen kampt en maar niet vertrekken wil.

Dinsdag 26 februari neemt het koor deel aan 'Nieuwe Stemmen', een festival rond hedendaagse muziek, georganiseerd door de afdeling Musicologie en de Cultuurcommissie van de K.U.Leuven. In het kader daarvan voert het koor in het Lemmensinstituut het 'Gloria Patri' van Vic Nees uit. Publiek, radio en uitvoerders zijn tevreden. Na een universiteitsconcert in de KULAK zijn er de aulaconcerten in Leuven. Ambiance met An Dejans ! Weer een nachtelijk apres-concert, om er tegen te kunnen tot 11 juli, de Guldensporenviering op de Grote Markt van Brussel, onder leiding van Juliaan Wilmots.

Dat jaar lonkt er nog het drieluik Steinfeld-Passau-Praag, een mooie maar natte koorreis, met het LUK verdeeld over 2 bussen. Hoogtepunt van de reis is Praag, parel der Bohemen. Flower-powersfeer, met 's nachts, op de Karlsbrucke, de beroemde brug over de Moldau, volksdans op maat van de doedelzak... Rustig bollen An en de haren uit. Een koorjaar is alweer bijna voorbij. De balans is positief : het is goed geweest en An mag blijven. Het LUK in de jaren negentig : een vrouw op kop. Modern, net als de vernieuwing van de koor-uitzet : LUKomputer, een betere muziekinstallatie, een koorsweater en niet te vergeten : een koorbic !

Het oude bestuur heeft veerkracht verloren, begeeft het en wordt vervangen door de democratisch geplukte 'Kranige Kriek'. Een nieuw koorjaar is begonnen. Het zal 131 koorleden tellen. Het LUK gaat zijn gewone gangetje : kennismakingsrepetities, stemproeven en ontmoetingsavond in oktober, Alumniconcert in november. Uitschieter is 12 oktober 1991 : Kelchterhoef, TV1. Het koor treedt op in 'Mijn hart is vol muziek', met Conny Neefs als presentatrice. De TV-opname is echter niets meer dan een ex-cursus. Het jaarfeuilleton wikkelt zich verder af en de volgende aflevering is het kerstconcert. Een retraite blijkt, zoals altijd, broodnodig. Van 6 tot 8 december 1991 trekt het LUK zich terug in het verre Eupen, waar er Gluhwein is en speculaas, kerstmarkt en sinterklaasfeest tegelijkertijd.

Vijf dagen later staat het koor paraat in de kek van Aartselaar. Sfeerbrengers van de avond zijn de warme, ingetogen liederen uit de Russische liturgie. Vooral 'Tebe Poem' dwingt respect af. Een kleine week later ontrolt zich hetzelfde scenario, maar deze keer in de Begijnhofkerk van Leuven. Russische melancholie. Een volle kerk. Nachtelijke uitspattingen nadien. Prelude voor het oudejaarsfeest. Het tweede semester wijkt niet af van het gewone stramien : Lichtmis, een lenteconcert in den vreemde (Hasselt) en 2 aulaconcerten in de eigen Alma Mater.

We noteren juli 1992, het LUK is op 15-daagse Odyssee door Griekenland. Ja ja, het LUK vliegt ! De tocht loopt langs Athene, Piraeus, Kreta, Heraklion, Knossos, Kalamaki, Mykene, Olympia,... plaatsen die vragen om muziek. Het ingetogen 'Tebe poem' en het opgewekte 'I'm gonna sing' slaan in, net als het Griekse kinderliedje 'Pera stus pera kambus'. De reis wijkt op verschillende punten een beetje af van de gewone route : er wordt beroep gedaan op een externe reisorganisatie en de reis is duur. Verder is het een bijzondere reis omdat het LUK er alleen openluchtconcerten geeft en omdat er, u leest het goed, geen enkel maar dan ook geen enkel koorkoppel wordt gevormd. Griekenland : een bewogen bestemming, een knappe reis. Buiten slapen en tot laat in de nacht gitaar spelen en zingen. Het blijft uniek, elke keer opnieuw.

De Kriek houdt zich kranig. Tot ergens rond de 25ste september 1992. Dan wordt ze te Herentals weggemaaid door de Blauwe Pulldozer. An Dejans haalt nog net de openingsmis, maar tijdens de stemproef stort ze in. Ziekenhuis : strijd met een blinde darm. De broers Dejans, Johan en Peter, nemen dan om beurten de stokjes in handen, terwijl de engelbewaarder van An flink zijn best doet om alles in orde te krijgen : repetities, ontmoetingsavond, schlageravond - waar bekende studentenliederen en andere schlagers in een cantus opgefrist worden, extra repetities - de zogeheten verrassingsrepetities, kerstweekend, kerstconcert in Hoogstraten en dan, bijna buiten adem, kerstconcert in Leuven. Meer dan 1000 man (1200 doet de ronde) in de 'te kleine' Begijnhofkerk. Apres-concert, comme toujours.

Na oudejaarsavond neemt de Blauwe Pulldozer wat gas terug. Lichtmis is ontspannend. Steinfeld doet deugd. In de 'Schapestal' dansen de Lukkers dit jaar als travestieten. En zondagmorgen krijgen ze tijdens de eucharistieviering de Blasiuszegen toegediend, als bescherming voor neus-, keel- en oorziekten.

Op 19 maart 1993 zingt het LUK in Sint-Truiden en op 24 en 25 maart acteert en concerteert het in de Grote Aula, voor de laatste keer met de vertrouwde naam Dejans. Na een sereen eerste deel van de avond verkondigt het LUK plots de waarheid : het aantal zotten is oneindig groot, eigenlijk zijn alle mensen zot, uitgezonderd de uitzondering, maar die komt niemand tegen... Een prachtige harmonsiche passage klinkt nog na, en opeens is het hele koor aan het hinniken en aan het briesen. Gegil. Gejoel. Geroep. Buitelingen. Tuimelingen. Kruiwagentje. Fluitjes. Bellen. Toeters. Podium af en de aula in. Neen, toch geen stunt, maar een compositie van oud-koorlid Kurt Bikkenbergs, speciaal voor het LUK geschreven. De tweede helft van het concert is lichtvoetig en ludiek met onder andere 'Banquet fugue' van J. Rutter, een banket met veel gesmak, geslurp en geboer ! Een gulle lach. En tussen de regels een traan. Het einde van de dynastie der Dejansen. Het aulaconcert bezegelt de machtsoverdracht : An overhandigt Han, de nieuwe, democratisch verkozen dirigent van het LUK, de grote stemvork uit met zilverpapier bekleed piepschuim.

Enkele maanden later weerklinkt in Engeland en Ierland het lijflied 'Old Irish Blessing', enthousiast meegezongen door menig Engelsman. Het vliegtuig van het vorige jaar is vervangen door de boot. Een 75-tal studenten trekt via Brugge naar Oxford, Cork en Killarney. Behalve een onverwacht spektakel met vuurwerk en met vlaggetjes zwaaiende Britten, een koorfuif in een grote, oude zaal van een der Engelse colleges in Oxford, een musical in London, een prachtige fietstocht,... , zijn er ook nog de geplande muzikale activiteiten : een optreden tijdens het inzingweekend te Brugge en concerten in Oxford en Cork, onder deskundige leiding van An, leergierig gadegeslagen door Han. Samen in Engeland en Ierland. En dan. Gedaan An. Aan Han.

1993-...

Een vreemde eend..

Het LUK krijgt er anno 1993-1994 een lettertje bij. De 'i' van 'internationaal'. Waarachtig, de dirigent is een Nederlander, die naar de naam Han Koole luistert. Op de meest onmogelijke momenten begint-ie onbedaarlijk te schateren, zo vreselijk aanstekelijk, dat elke toevallige voorbijganger onwillekeurig een deelnemer wordt, die zich dan vervolgens onvermijdelijk een breuk of bult lacht. Diezelfde Han draagt, warm of heel warm, altijd een lange broek en feest of geen feest, een strikje. Nou en ?

Op 25 februari wordt Han Koole officieel en democratisch tot opvolger van An Dejans verkozen, nadat hij zich - net zoals zijn 2 mannelijke tegenkandidaten - tijdens de repetitie van 18 februari via een speech aan het koor heeft voorgesteld. Lang voordat hij als dirigent vooraan in het koorlokaal verschijnt, is hij gebeten door het 'Aansteekle Vierus', de ploeg die hem op zijn eerste - maar tevens ook laatste - tocht door het LUK zal begeleiden : 1993-1994 wordt een feestjaar, een zware tijd voor een kersvers bestuur met een kersverse dirigent.

Van 24 tot 26 september 1993 zet Han, ergens in de bossen van Nijlen, zijn eerste dirigentenpasjes. Wat aarzelend, en voorlopig zonder schaterlach. Vol concentratie. Maandag 27 september 1993 wordt het allemaal pas echt. Han dirigert de openingsmis, rustig en goed. Als in een dominospelletje volgt dan netjes al de rest : kennismakingsrepetities, stemproeven, ontmoetingsavond en de gewone repetities, met aansluitend pausbar en Kansel. Het aantal zingende studenten gaat pijlsnel de hoogte in : het zijn er nu al 147.

Gewoontegetrouw zijn eventuele concerten die in het begin van het academiejaar plaatsvinden nog voor rekening van de ouderen, d.w.z. koorleden en dirigent van het voorbije koorjaar. Zo pikt An Dejans in oktober 1993 nog tweemaal wat podiumsucces mee. Eerst is er Alumni Lovaniensis, feest in viervoud : 5-jaarlijkse bijeenkomst van de afgestudeerden, 25 jaar Leuven Vlaams, herdenking van wijlen rector De Somer en 25-jarig bestaan van de organisatie. Ter gelegenheid daarvan is er 's avonds op het Ladeuzeplein een totaalspektakel met video, speaker, USO (Universitait Symfonisch Orkest), popgroep en LUK.

Woensdag 20 oktober is er feest in tweevoud, in drievoud misschien : Investco, trouwe sponsor van het LUK, viert feest en nodigt het LUK uit om er te komen zinen. Bovendien is An Dejans jarig en dirigeert ze voor de allerlaatste keer de zingende studenten. Velen zullen zich zeker nog de receptie met zeer lekkere hapjes levendig herinneren.

Terug naar Han. An verhuist naar het achterplan, ergens - al babbelend - in de de achterste rijen van de alten. Midden november organiseert het koor een schlageravond, waar - 'Je ne l'ose dire' - de Ars Musica van onder het stof gehaald wordt. 'De boemelaar' en consoorten worden uit de vergeetput gehaald en 'Het zwartbruine bier' wordt alle eer aangedaan. Het LUK blijft repeteren en de dirigent lijdt aan een chronisch slaaptekort. Midden in de kerstperiode trekken de Lukkers, na vele keren Limburg en Brabant, richting West-Vlaanderen : Zedelgem. Per trein, ook al ongewoon na al die jaren bus. Bovendien verdwijnt de quasi-hotelformule en wordt er weer zelf gekookt. 't Is te zeggen : oud-Lukkers fourieren.

Han kent wakkere nachten omdat zijn naam en toenaam nu in de universiteitsagenda, op strooibriefjes en op affiches gedrukt staan. Alles krijgt zoveel vorm, er is geen keren meer mogelijk. Op 17 december naar Deurne en op 21 december kerstconcert in Leuven. Een knappe prestatie. Een heel sterk punt in dit eerste concert van Han Koole is het tekstelement : het is een verhalend concert waarbij de muziek het kerstgebeuren echt vertelt.